Hoe herstel je een drassige tuin na hevige regen?
We hebben de laatste tijd heel wat regenweer over ons gekregen. Ook op je tuin heeft al die neerslag een impact. En die impact vereist actie. Wat kan je doen om je tuin weer een frisse start te geven dit voorjaar?

Plan van aanpak
Ga niet overhaast te werk
Het eerste wat je moet doen om wateroverlast in je tuin aan te pakken, is wachten. Zeker wanneer er zo veel regen is gevallen als de afgelopen maanden, moet je je tuin de nodige tijd geven om het water in de grond te laten infiltreren. Dat kan wel enkele weken duren, zeker nu de grond wel wat verzadigd is.
Over het algemeen geldt dat je beter geen tuinwerken uitvoert zolang de bovenste laag nat is. Je zou met elke stap immers lucht uit de grond halen, wat het probleem alleen maar erger maakt: je verdicht de bodem, waardoor de wortels van je gras en je planten verstikken en minder kans hebben om te overleven. Daar kan water ook niet in de grond dringen, wat dus resulteert in meer plassen met stilstaand water in je tuin.
Hoe lang je moet wachten, hangt natuurlijk sterk af van het bodemtype en het grondwaterpeil. Zandgrond laat water relatief snel door. Leem- en kleigronden houden water langer vast, waardoor het weken kan duren voor de bodem weer voldoende opdroogt.
Ligt het grondwaterpeil bovendien hoog, dan kan regenwater minder diep wegzakken en blijft de bodem sneller verzadigd. Ook weinig zon en wind vertragen de verdamping, waardoor het herstel langer duurt.
Tip
Hoe nat is te nat? Knijp een handvol grond samen. Blijft het als een natte klomp bijeen plakken? Dan is de bodem duidelijk te nat om erop te werken.
Vlotter infiltreren met een wadi
Wie een wadi in de tuin heeft liggen, zal de infiltratie van regenwater bevorderen. Een wadi vangt regenwater tijdelijk op in een lager gelegen zone in de tuin. Het water krijgt daar de tijd om geleidelijk in de bodem te infiltreren.
MEER WETEN:
> Wat is een wadi en hoe leg je er een aan?
Belucht je bodem
In tijden van intense regenbuien zal je de pijnpunten in je tuin, waar de bodem te compact is, snel opmerken. Als je merkt dat er plassen water blijven staan, is er waarschijnlijk iets mis met de bodem. Die bodemverdichting kan veroorzaakt worden door tuinwerkzaamheden tijdens natte periodes uit te voeren, maar is eerder een gevolg van een lange periode van intense belasting of betreding.
Met een prikrol of spitvork
Als je plassen opmerkt in je tuin, doe je er goed aan om de bodem eens te beluchten met een prikrol of een spitvork, maar enkel wanneer de toplaag van je tuin droog is. Hiermee maak je gaten in de bodem, zodat er lucht aan de wortels van je gras of planten kan komen en het regenwater makkelijker kan wegvloeien.
Een prikrol maakt meestal vrij ondiepe gaatjes (2 tot 5 cm). Bij sterkere of diepere verdichting kan een spitvork (10 - 15 cm) effectiever zijn. Professionele beluchting gebeurt vaak met holle pennen die kleine pluggen uit de bodem halen, wat een duurzamer resultaat geeft dan massieve pinnen die de grond enkel opzij drukken.
Bezanden
Na het beluchten kan je de bodem licht bezanden om de structuur geleidelijk te verbeteren, maar gebruik daarvoor grof, scherp zand (bijvoorbeeld rivierzand). Fijn speelzand is minder geschikt en kan op kleigronden zelfs een harde, slecht doorlatende laag vormen. Beperkt bezanden is vooral zinvol bij zwaardere leem- en kleigronden en werkt enkel als onderdeel van een bredere bodemverbetering, om de bodem op langere termijn beter te laten infiltreren.
Beluchten of verticuteren?
De termen beluchten en verticuteren worden vaak door elkaar gebruikt. In zekere zin komt het op hetzelfde neer: je maakt de bodem minder dicht zodat er meer zuurstof tot bij je planten kan komen. Verticuteren richt zich op de bovenste laag van de grasmat: het verwijdert mos, vilt en onkruid en maakt oppervlakkige insnijdingen in de bodem. Beluchten daarentegen gaat dieper en is bedoeld om de bodemstructuur te verbeteren en verdichting tegen te gaan.
MEER WETEN:
> Hoe je gazon verticuteren
Met een grondboor
Zeker bij zware, kleiachtige gronden kun je te maken krijgen met grote plassen. Een prikrol of spitvork zal in dat geval weinig soelaas bieden; je zal zwaardere middelen moeten inzetten. Dan is het beter om een grondboor te nemen, waarmee je diepere en bredere gaten kunt maken.
Door op verschillende plaatsen in het probleemgebied diepere gaten te boren (tot onder een eventuele verdichte laag) creëer je verticale kanalen waarlangs water en zuurstof zich beter kunnen verplaatsen. Hoe diep je moet boren, hangt af van de bodemopbouw: soms volstaat 40 à 60 cm, maar dat verschilt van tuin tot tuin.
Na het boren kan je de gaten opvullen met grof, waterdoorlatend materiaal zoals steenslag of grof grind. Dat helpt om de verticale drainage te verbeteren, op voorwaarde dat het water op diepere niveaus effectief kan wegzakken. In sommige gevallen wordt hiervoor een geperforeerde buis gebruikt, maar dat is vooral zinvol wanneer er een duidelijk afvoertraject voorzien is. In zware kleigrond zonder onderliggende doorlatende laag heeft dit overigens weinig effect.
Het gebruik van organisch materiaal zoals samengebonden snoeihout wordt soms toegepast om tijdelijk extra lucht in de bodem te brengen. Hou er echter rekening mee dat dit materiaal na verloop van tijd composteert en volume verliest, waardoor het geen permanente oplossing biedt.
Blijft het probleem ondanks deze ingrepen bestaan, dan ligt de oorzaak mogelijk dieper, bijvoorbeeld bij een hoge grondwaterstand of structurele afwateringsproblemen. In dat geval is het verstandig om een tuinaannemer of bodemspecialist te raadplegen.
Tip
Door jaarlijks compost in te werken, verbeter je geleidelijk de bodemstructuur. Organische stof stimuleert het bodemleven, verhoogt het waterbergend vermogen én verbetert de infiltratie. Op lange termijn is dit vaak effectiever dan alleen beluchten. Bij een gazon kan je in het voorjaar of najaar een dunne laag fijne, gezeefde compost gelijkmatig uitstrooien en die met een hark in de grasmat inwerken, zodat ze tussen de grassprieten en in de beluchtingsgaten zakt zonder het gras te verstikken.
Bemest je bodem
Door het vele regenwater dat je tuin te verwerken kreeg, zijn veel voedingsstoffen voor je planten en gras weggespoeld. Dan kan het zeker geen kwaad om na intense regenval, en na beluchten en/of verticuteren, de bodem eens te bemesten om alles een goede doorstart te geven.
Bemest echter doordacht en niet te intensief. De exacte behoefte hangt af van je bodemtype, de pH-waarde en de aanwezige voedingsstoffen. Voor een betrouwbare inschatting laat je best een bodemanalyse uitvoeren via een labo. Eenvoudige testkits uit het tuincentrum kunnen een eerste indicatie geven van de zuurtegraad, maar zijn minder precies voor een volledige analyse.
Kies bij voorkeur voor organische meststoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong. Die worden in de bodem geleidelijk afgebroken tot mineralen die planten kunnen opnemen. Dat afbraakproces stimuleert het bodemleven en draagt bij aan een betere bodemstructuur. Omdat organische meststoffen traag werken, zie je niet meteen resultaat. Vermijd daarom om te snel extra bij te mesten.
Handmatig of met strooiwagen
In een kleine tuin kan je de meststof manueel breedwerpig uitstrooien, bij voorkeur in gelijkmatige stroken. Let erop dat je geen grote hoeveelheden op één plaats laat vallen, vooral bij sterk geconcentreerde meststoffen, om verbranding van gras of planten te voorkomen. In grotere tuinen zorgt een strooiwagen voor een gelijkmatige verdeling en een beter doseerbaar resultaat.
MEER WETEN:
> Hoe je tuin bemesten
Structurele oplossingen
Drainage optimaliseren
Heb je te maken met een structureel natte bodem die ook na eerdere ingrepen niet verbetert, dan kan een permanente oplossing voor de waterhuishouding nodig zijn en moet je de afwatering rond je woning optimaliseren.
Het gebeurt immers vaker dan gedacht dat regenpijpen uitmonden op het gazon of dat verhardingen zoals terrassen en opritten het water naar één laag punt in de tuin leiden. Bij hevige regen kan daar dan meer water samenkomen dan de bodem op korte tijd kan verwerken. In zo’n geval ligt het probleem niet zozeer bij de bodemstructuur, maar bij de manier waarop het water wordt afgevoerd.
Voorzie infiltratiezones
Door regenwater gericht naar een infiltratiezone (zoals een wadi of ondergrondse infiltratiekratten) te leiden, kan je vaak al veel wateroverlast voorkomen.
Het belang van afvoergoten
Heb je een stenen terras? Voorzie dan ook steeds lijnafwatering met afvoergoten. Deze kan je met buizenwerk ook laten leiden naar een infiltratievoorziening, of aansluiten op de overloop van je regenwaterput.
Doorlatende bestrating
Ook de keuze van je bestrating speelt een rol. Grote, volledig verharde oppervlakken laten geen water door en zorgen ervoor dat regen versneld afstroomt naar lagere delen van de tuin. Door te kiezen voor waterdoorlatende klinkers, grind, grasdallen of bredere voegen tussen tegels, geef je regenwater meer kans om ter plaatse in de bodem te infiltreren. Zo verminder je de druk op je tuin én op het rioleringsstelsel.
Drainagebuizen voorzien
Bevind je je in een regio met een structureel hoog grondwaterpeil, dan zal je na hevige regen sneller te maken krijgen met een zompige bodem. De infiltratiecapaciteit van de bodem is dan beperkt, waardoor oplossingen zoals een wadi minder efficiënt kunnen werken. In zulke situaties kan drainage helpen om overtollig water gecontroleerd af te voeren en het grondwaterpeil lokaal te beheersen.
Een klassieke drainage bestaat uit geperforeerde pvc-buizen die omhuld zijn met een filterdoek of kokosvezel om dichtslibben te voorkomen.
Die buizen worden aangelegd in sleuven op een diepte die meestal varieert tussen 40 en 80 cm, afhankelijk van het grondwaterpeil, de bodemopbouw en de gewenste ontwatering. Ze liggen op een bed van grof, waterdoorlatend materiaal zoals grind, en worden ook bovenaan opnieuw met dergelijk materiaal afgedekt om een goede waterinfiltratie te verzekeren.
Het water dat zich in de bodem verzamelt, stroomt via het grind naar de drainagebuis en wordt van daaruit afgevoerd naar een lagergelegen punt. Idealiter gebeurt dat naar een infiltratievoorziening, zoals een wadi of een ondergronds systeem met infiltratieblokken, zodat het water opnieuw in de bodem kan doordringen.
Rechtstreekse lozing in een beek, gracht of waterloop is niet altijd toegelaten en kan vergunningsplichtig zijn. Informeer daarom steeds bij je gemeente naar de geldende regels. Een drainagebuis mag in elk geval niet worden aangesloten op het riool, om overbelasting van het rioleringsnet te vermijden.
MEER WETEN:
> Alles over regenwaterinfiltratie

Aangepaste beplanting voorzien
Blijven bepaalde zones in je tuin hardnekkig nat, dan kan het verstandiger zijn om niet tegen de natuur te blijven vechten, maar je beplanting aan te passen. Sommige gazonsoorten en vaste planten verdragen langdurig natte voeten slecht en zullen telkens opnieuw verzwakken.
In probleemzones kan je daarom beter kiezen voor vochtminnende planten, zoals moeras- of oeverplanten, die net goed gedijen in natte omstandigheden. In extreem natte delen van de tuin kan het zelfs interessanter zijn om een strak gazon te vervangen door een bloemenweide of een meer natuurlijke beplanting die beter aansluit bij de bodemcondities.
MEER WETEN:
> Alles over wilde tuinen en bloemenweides
Voorkomen is beter dan genezen
Probeer nieuwe bodemverdichting zoveel mogelijk te vermijden. Loop niet telkens hetzelfde traject over je gazon, want herhaalde betreding op één lijn drukt de bodem geleidelijk dicht. Op plekken waar je vaak passeert, kunnen staptegels of een smal pad de druk beter verdelen.
Vermijd ook het gebruik van zware machines wanneer de bodem nat is, want dan is hij het meest kwetsbaar voor structuurbederf. Moeten er toch werken gebeuren, dan kan je tijdelijk rijplaten gebruiken om de belasting te spreiden en blijvende schade te voorkomen.
Ook bij het onderhoud kan je verdichting beperken. Maai het gazon enkel wanneer de bodem voldoende droog is en wees voorzichtig met zware zitmaaiers. Een goed ontwikkeld wortelstelsel helpt de bodem van nature luchtig te houden. Zorg daarom voor een gezond gazon met voldoende organische stof en aangepaste bemesting.

